Geen boekingskosten · Beschermd door GGTO · Eigen partners ter plaatse+31 10 842 04 63 · ma–vr 9–17, za 10–13
Home / Reisgidsen / Een nacht aan de woestijnrand of in het camp: het verschil
Reisgids

Een nacht aan de woestijnrand of in het camp: het verschil

Agafay, Zagora en Merzouga worden allemaal "de woestijn" genoemd. Ze liggen 40, 350 en 560 kilometer van Marrakech, en dat verschil beslist je hele reis.

Bijgewerkt op 2 november 2026
Een nacht aan de woestijnrand of in het camp: het verschil

Agafay: steen, geen zand

Agafay ligt ongeveer dertig tot veertig kilometer ten zuidwesten van Marrakech, drie kwartier tot een uur rijden. Het is een steenwoestijn: kale heuvels, droge geulen, de Atlas aan de horizon. Geen duinen.

Dat maakt het niet minder mooi, maar wel iets anders dan de foto in je hoofd. Wat je er krijgt is een avond en een nacht: rijden bij laag licht, eten in een kamp, stilte en een sterrenhemel zonder stadslicht, en de volgende ochtend ben je om tien uur terug in Marrakech.

Agafay is de juiste keuze als je vier of vijf nachten hebt en de stad niet wilt opgeven. Het past aan het einde van een stadsverblijf zonder dat je er een reisdag voor inlevert.

Zagora en Merzouga: de echte duinen

Zagora ligt op ongeveer 350 kilometer van Marrakech: zes tot zeven uur rijden over de Tizi n’Tichka en door de Draa-vallei met zijn palmtuinen en kasba’s. De duinen zijn er kleiner, maar het is zand en het is Sahara. Als tweedaagse uitstap haalbaar.

Merzouga, aan Erg Chebbi, ligt op ruim 560 kilometer: negen tot tien uur. Dit zijn de duinen van de ansichtkaart, tientallen meters hoog. Dat is geen uitstap maar een route: je gaat er via Ouarzazate en de Todra-kloof heen en via Fès of Midelt terug, of andersom.

De vuistregel: Merzouga vraagt minstens drie dagen, en dan heb je er één nacht geslapen. Wie het in twee dagen wil, zit vooral in de auto.

Wat een nacht in het kamp echt is

Kampen verschillen enorm. Vraag voor je boekt naar drie dingen: of de tent een eigen badkamer heeft, of er stroom is in de avond, en of je er met de auto voorrijdt of op een kameel of quad de laatste kilometers in moet.

In de winter wordt het ’s nachts in de Sahara koud, soms rond het vriespunt. Goede kampen hebben dekens en een kachel; neem in elk geval een trui en lange broek mee, hoe warm het overdag ook was.

De kameeltocht bij zonsondergang duurt meestal een uur tot anderhalf uur. Dat is voor de meeste mensen precies genoeg. Met een slechte rug of met kleine kinderen kun je gerust vragen of je met de auto naar het kamp gaat; dat kan bijna altijd.